Hyachintstraat 68-A 8013 XZ Zwolle bestuur@zuiderboeltje.nl
De bal daagt ons uit, daar kunnen we niets aan doen. Van peuter tot bejaarde schoppen en slaan we er tegen, of gooien we ermee. Speelden je verre voorouders, de Neanderthalers bijvoorbeeld, er ook al mee? Dat zit er dik in, want archeologen groeven oeroude stenen ballen op. De Egyptenaren en de Grieken maakten ballen uit allerlei materiaal en renden ermee rond. Het butje, zo’n leuk onderdeel van ons spelletje, schijnt door de Romeinen te zijn uitvonden. Griekse zeelieden vestigden zich ooit op de plek van het latere Marseille. Het lijkt er op dat zij zich daar vermaakten met het gooien van, door de rivier afgeronde, grotere keien naar een kleintje. En in de Lage Landen, hier bij ons? Nederlandse, 17e-eeuwse schilders zoals Jan Steen en Rembrandt maakten tekeningen of etsen waarop je burgers en boeren met balspellen in de weer ziet.
Waar en hoe begon het spel/de sport?
Hyachintstraat 68-A 8013 XZ Zwolle bestuur@zuiderboeltje.nl
Waar en hoe begon het spel/de sport?
De bal daagt ons uit, daar kunnen we niets aan doen. Van peuter tot bejaarde schoppen en slaan we er tegen, of gooien we ermee. Speelden je verre voorouders, de Neanderthalers bijvoorbeeld, er ook al mee? Dat zit er dik in, want archeologen groeven oeroude stenen ballen op. De Egyptenaren en de Grieken maakten ballen uit allerlei materiaal en renden ermee rond. Het butje, zo’n leuk onderdeel van ons spelletje, schijnt door de Romeinen te zijn uitvonden. Griekse zeelieden vestigden zich ooit op de plek van het latere Marseille. Het lijkt er op dat zij zich daar vermaakten met het gooien van, door de rivier afgeronde, grotere keien naar een kleintje. En in de Lage Landen, hier bij ons? Nederlandse, 17e-eeuwse schilders zoals Jan Steen en Rembrandt maakten tekeningen of etsen waarop je burgers en boeren met balspellen in de weer ziet.
Gewoon onbekommer spelen, dat kan altijd Dat brengt ons prettig vermaak. En gezelligheid staat natuurlijk voorop. Maar na een poosje prikkelt bij nogal wat spelers het wedstrijdelement. Die pakken ‘de boel’ dan serieuzer aan!
Geloof het of niet, maar je bouleijzer heeft zo z’n eigen karakter. En dat moet bij je passen. Dus letten we bij de aanschaf op vijf eigenschappen: • Handgevoel • Gedrag • Geschiktheid • Levensduur • Prijs
Antw: Ja dat mag: Artikel 7 Voorgeschreven afstanden bij het uitwerpen van het butEen but is slechts geldig uitgeworpen als: De afstand van het but tot de binnenrand van de werpcirkel voor junioren en senioren ten minste 6m en ten hoogste 10m bedraagt; bij wedstrijden die zijn bedoeld voor de nog jongeren mogen kortere afstanden worden gehanteerd; Het but is ongeldig uitgeworpen. Mag de tegenstander, voor het but wordt neergelegd, de afstand uitpassen? In de laatste regel van artikel 7 staat dat de speler die het but gaat neerleggen na een mislukte uitworp dat onmiddellijk moet doen. Dat wil zeggen, dat er geen voorafgaand overleg met de equipe is toegestaan. Het zonder verder oponthoud neerleggen van het but na het uitpassen van de afstand wordt als onmiddellijk beschouwd. Eventueel mag de speler die het but uitwerpt zelfs de cirkel naar achteren verplaatsen als het but niet op alle toegestane afstanden kan worden uitgeworpen/neergelegd.
Alles begint met een eerste stap. Bij petanque is dat lekker zo: je stapt in de ring en gooit vervolgens, huppakee, die boule. Simpel? Veel dingen in het spel zijn, of lijken simpel. Ook als het gaat om de starthouding. Toch vraagt die om aandacht en zorg!
Beginners pakken hun boule vaak stevig vast, ook met hun duim. Niet zo ‘handig’, want dan heb je de neiging om te gaan ‘gooien’ in plaats van te slingeren. En ‘gooiend’ geef je een boule valse krachten mee! Dat laat die boule vervolgens graag zien door te hard of te zacht te gaan, of door naar links of rechts af te buigen op een manier die je echt niet wilt. Op den duur word je daar chagrijnig van. Maar, wat nog veel belangrijker is, met een foute ‘handgreep’ doe je jezelf tekort, omdat die een aantal technieken moeilijk of onmogelijk maakt!
Een pointeur (degene die de wedstrijd/mène opent, of zijn boule op punt legt) houdt er niet van om verrast te worden door rare capriolen van zijn boules. Daarom bestudeert een speler voordat hij gooit de plek waar de boule moet vallen en het terreingedeelte waarover hij vervolgens zal doorrollen. Hij scant die land- ingsplek en die route op ‘hellingen’, oneffenheden, steentjes en andere obstakels. Wie het probeert merkt al snel dat het terrein hurkend het makkelijkst wordt ‘gelezen’. Dus speelt de pointeur het liefst gehurkt. Ook bij grotere afstanden speelt een pointeur ontspannen gehurkt. Zo nodig kiest zij/hij voor half hoge, of hoge boules (portée).
Als je daar in die cirkel staat, wilt in de eerste plaats resultaat. Natuurlijk, maar je wilt ook graag dat je moves er een beetje overtuigend, (leuk?), sportief uitzien. Welke manier van bewegen levert resultaten op? Fransen zijn best bevattelijk voor wat show, maar de kenners onder hen worden pas echt enthousiast bij het kijken naar spelers met weinig fratsen en met een sobere, effectieve, soepele speelstijl. Zulke spelers laten met verve zien dat het weliswaar om de arm draait, maar dat het complete lichaam op een natuurlijke manier meedoet!